Nieuwe Haagse School

Een illustratie geïnspireerd op de stijl van Willem Hussem tijdens zijn tijd bij de Fugare-groep. Een abstracte afbeelding, geometrisch en een poëtisch gevoel voor ruimte. Het kleurenpalet is typisch voor de Haagse School uit de jaren 1960: zachte grijzen, aardse bruintinten, vervaagd blauw en warme okers.
De Nieuwe Haagse School: drie groepen, één stroming
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog bloeide de schilderkunst in Den Haag op. Kunstenaars zochten nieuwe wegen, geïnspireerd door moderne kunst uit Parijs. Ze vormden drie groepen die samen bekend staan als de Nieuwe Haagse School:
- Verve (1951–1957): modern-figuratief werk
- Fugare (1960–1967): meer abstract en experimenteel
- Posthoorngroep (1956–1962): een mix van figuratief en abstract
Verve: modern figuratief en ingetogen kleurgebruik
De kunstenaars van Verve werkten figuratief, maar met een moderne inslag. Ze gebruikten vaak gedempte kleuren zoals blauwgrijs, donkergroen en warm oker. In tegenstelling tot de felle kleuren van Cobra in Amsterdam, werd het Haagse kleurgebruik als beschaafd en harmonieus gezien.
Ze schilderden vaak alledaagse voorwerpen zoals oud speelgoed of stoelen. Deze voorkeur kwam voort uit de realistische traditie van het interbellum, waarin huiselijke stillevens populair waren.
Fugare: richting abstractie
In 1960 richtten acht voormalige Verve-leden de groep Fugare op. Ze wilden zich meer richten op abstracte en experimentele kunst, al bleef figuratie soms aanwezig. Ook hier bleef het Haagse palet van zachte kleuren kenmerkend.
Posthoorngroep: tussen figuratief en abstract
De Posthoorngroep exposeerde in bodega De Posthoorn aan het Lange Voorhout. Hun tentoonstellingen toonden zowel abstracte als figuratieve kunst. In Den Haag was er minder strijd tussen realisten en abstracten dan in Amsterdam, waar de kunstscene veel uitgesprokener was.
Volgens kunstenaar Jan Cremer was het Haagse kunstklimaat serieus en hardwerkend, terwijl in Amsterdam “elke dag feest werd gevierd”. Hij vond zelfs dat de invloed van Den Haag tot in Parijs doordrong.
Den Haag als broedplaats voor informele kunst
Den Haag speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van materieschilderkunst en informele kunst in Nederland. Kunstenaars experimenteerden met verf als materiaal en zochten naar nieuwe vormen van expressie. De stad werd een plek waar abstracte kunst zich kon ontwikkelen, in een eigen stijl en sfeer.
Knoester T. e.a. (2002). Nieuwe Haagse School. Kunsthandel Knoester BV en Stichting Nieuwe Haagse School.
Posthoorngroep (1956-1962)
Johan van den Berg 1939-
Jos van der Berg 1905 – 1978
Theo Bitter 1916 – 1994
Karel Bleijenberg 1913 – 1981
Kees van Bohemen 1928 – 1985
Carolien Boedijn 1931
Amélie de Bourbon 1936
Wil Bouthoorn 1916 – 2004
Dirk Bus (B)1907 – 1978
Jan Cremer 1940 –
Gerard Fieret 1924 – 2009
Lotti van der Gaag 1923-2000
Willem Hussem 1900-1974
Nol Kroes 1918- 1976
Joop Kropff 1892 – 1979
Paul Kromjong (B) 1903 – 1973
George Lampe 1921 – 1982
Hans van der Lek 1936 – 2001
Will Leewens 1923 – 1986
Ber Mengels (B) 1921 – 1995
Theo van der Nahmer (B) 1917 – 1989
Jaap Nanninga 1904 – 1962
Jan Olyslager 1926 – 2010
Thijs Overmans 1928
Jan Roëde 1914 – 2007
Marianne de Ruiter 1919-1990
Willem Schrofer 1898- 1968
Wim Sinemus 1903 -1987
Ferry Slebe 1907 1994
Arnold Smith 1905 – 1995
Meike Sund 1923
Hiske Tas 1939
Gerard Verdijk (B) 1934 – 2005
Aat Verhoog 1933 –
Joop Vreugdenhil 1904 – 1969
Frans de Wit 1901- 1981
Aart van den IJssel (B) 1922 – 1983
Verve (1951-1957)
Kees Andrea 1914 – 2006
Hannie Bal 1921 – 2012
Herman Berserik 1921 – 2002
Theo Bitter 1916 – 1994
Querine Collard,1920 – 1963
Rein Draijer 1899 – 1986
Jan van Heel 1898 – 1990
Nol Kroes 1918 – 1976
Willem Minderman 1910 -1985
Henk Munnik 1912 – 1997
Rinus van der Neut 1910- 1999
Willem Schrofer 1898 – 1968
Ferry Slebe 1907 – 1994
Frans Vollmer 1913 – 1961
Co Westerik 1924 – 2018
Frans de Wit 1901 – 1981
Hubert Bekman 1896 – 1974
Dirk Bus 1907 – 1978,
Theo van der Nahmer 1917 – 1989
Rudi Rooijackers 1920 – 1998
Bram Roth 1916 – 1995,
Wil Bouthoorn 1916 – 2004
George Lampe 1921 – 1982
Christiaan de Moor 1899 – 1981
Fugare (1960-1967)
Theo Bitter 1916 – 1994
Harry Disberg 1921 – 2004
Jan van Heel 1898 -1990
Willem Hussem 1900 – 1974
Nol Kroes 1918 – 1976
Joop Kropff 1892 – 1979
George Lampe 1921 – 1982
Theo van der Nahmer 1917 – 1989
Jaap Nanninga 1904 – 1962
Wim Sinemus 1903 – 1987
Frans de Wit 1901 – 1981
Aart van den IJssel 1922 – 1983
Christiaan de Moor 1899 – 1981
Gerard Verdijk 1934 – 2005
