Concrete kunst in Europa na 1945

Een visueel voorbeeld van concrete kunst geïnspireerd door de principes van Theo van Doesburg

Hier is een visueel voorbeeld van concrete kunst, geïnspireerd op de ideeën van Theo van Doesburg. Het beeld bestaat uitsluitend uit geometrische vormen en kleuren, zonder symboliek of verwijzingen naar de natuur. Het laat goed zien hoe concrete kunst puur draait om vorm, kleur en compositie.

Wat is concrete kunst?

De term concrete kunst werd voor het eerst gebruikt door kunstenaar Theo van Doesburg in 1924. In 1929 schreef hij een manifest waarin hij uitlegde wat deze kunstvorm precies inhoudt. Concrete kunst ontstond toen de groep Art Concret werd opgericht. Het is een kunststroming die sterk leunt op wiskundige en geometrische principes.

In tegenstelling tot abstracte kunst, probeert concrete kunst niets uit de echte wereld te vereenvoudigen of te vervormen. Het beeldt geen herkenbare dingen af en heeft geen symbolische betekenis. Alles draait om vormen en kleuren die op een logische en strakke manier zijn opgebouwd.

Van Doesburg vond dat een kunstwerk helemaal in het hoofd van de kunstenaar moest worden ontworpen, voordat het werd gemaakt. Volgens hem mocht het kunstwerk geen elementen bevatten die verwijzen naar de natuur, emoties of verhalen. Dingen zoals drama, symboliek of gevoel moesten juist worden weggelaten. Een kunstwerk moest puur bestaan uit visuele bouwstenen: vlakken en kleuren. Elke vorm of kleur heeft geen diepere betekenis – het is gewoon wat het is.

(In de woorden van Van Doesburg: “moet het kunstwerk volledig bedacht en ontworpen zijn in de geest voordat het gerealiseerd wordt. Het mag niets bevatten van de formele realiteit van de natuur, de zintuigen en gevoelens. Lyriek, drama, symboliek enzovoort moet worden geëlimineerd. Het beeld moet uitsluitend zijn opgebouwd uit plastische elementen, d.w.z. uit vlakken en kleuren. Een picturaal element heeft geen andere betekenis dan zichzelf”.)

Wat maakt concrete kunst bijzonder?

Concrete kunst, ook wel Art Concret genoemd, lijkt op het eerste gezicht op abstracte kunst, maar er zijn belangrijke verschillen. Waar abstracte kunst vaak vertrekt vanuit de zichtbare werkelijkheid en die vereenvoudigt of vervormt, doet concrete kunst dat juist niet. Het beeldt niets af uit de echte wereld en heeft geen symbolische betekenis. Alles draait om vorm, kleur en wiskundige logica.

Wat concrete kunst uniek maakt, is de wetenschappelijke benadering. Kunstenaars bestuderen geometrische wetten en gebruiken die als basis voor hun werk. Ze zijn vooral geïnteresseerd in hoe vormen en kleuren met elkaar samenwerken. Vaak zie je eenvoudige geometrische vormen zoals cirkels, vierkanten en lijnen, maar dat is geen vaste regel – het gaat vooral om het idee achter het werk.

Een opvallend kenmerk van concrete kunstenaars is dat ze hun kunstwerken eerst helemaal in hun hoofd ontwerpen. Soms zijn hun ideeën zo precies en logisch opgebouwd dat ze bijna als wiskundige formules kunnen worden opgeschreven. Dit maakt het mogelijk om hele reeksen kunstwerken te maken volgens dezelfde principes.

In Duitsland speelde de filosoof Max Bense een belangrijke rol in het nadenken over concrete kunst en poëzie. Hij hielp om de ideeën achter deze kunstvorm beter te begrijpen en te onderbouwen.

Concrete kunst: een spel van vorm, kleur en logica

Hoewel de term concrete kunst vooral in Duitstalige landen wordt gebruikt, zijn er wereldwijd veel kunstenaars die op een vergelijkbare manier werken. Wat deze kunstvorm bijzonder maakt, is dat het niet gaat om het afbeelden van de werkelijkheid, maar om het gebruik van pure beeldmiddelen zoals lijnen, vlakken, kleuren en beweging.

Een belangrijk kenmerk van concrete kunst is dat het volledig draait om de autonomie van beeldende elementen. Dat betekent: wat je ziet is wat het is. Er zit geen verborgen betekenis achter. Kunstenaars spelen met contrasten zoals licht en donker, helderheid en ruimte. Daarnaast is er vaak een sterke link met wiskunde: denk aan symmetrie, herhaling, rotatie en seriële opbouw. Toch kan het eindresultaat verrassend zijn – ondanks de logische opbouw ontstaan er vaak onverwachte visuele effecten.

Wegbereiders en pioniers

Kunstenaars als Kandinsky en Mondriaan waren belangrijke voorlopers. Zij geloofden dat kunst een abstractie van de werkelijkheid kon zijn. Hun werk verwijst steeds minder naar de natuur, maar het blijft toch verbonden met de zichtbare wereld. Daarom vallen ze niet helemaal onder concrete kunst.

Een sleutelfiguur in de overgang naar de moderne concrete kunst is de Duitse kunstenaar Josef Albers. Hij studeerde en gaf les aan het beroemde Bauhaus in Duitsland tot het in 1933 werd gesloten. Daarna verhuisde hij naar de Verenigde Staten, waar hij les gaf aan het vernieuwende Black Mountain College. Daar bracht hij kunstenaars samen zoals Franz Kline, Willem de Kooning en Robert Motherwell, die later belangrijk zouden worden voor het abstract expressionisme.

Homage to the Square

Albers is vooral bekend geworden door zijn serie schilderijen Homage to the Square, waaraan hij vanaf 1949 werkte – en dat 15 jaar lang! Elk schilderij bestaat uit vierkanten in verschillende kleuren die in elkaar zijn geplaatst. Hij maakte er meer dan 1000. Met deze werken onderzocht hij hoe kleuren elkaar beïnvloeden. Een kleur lijkt anders als er een andere kleur naast staat. Soms lijkt een vierkant zelfs naar voren te komen, alsof er diepte ontstaat – puur door kleurgebruik.

Concrete kunst in Zwitserland: een neutraal land, een vernieuwende visie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Zwitserland neutraal. Daardoor konden Zwitserse kunstenaars doorgaan met het ontwikkelen van ideeën die al vóór de oorlog waren ontstaan, zoals bij het Bauhaus: het idee om de hele leefomgeving van de mens opnieuw vorm te geven.

In 1937 werd de kunstenaarsgroep Allianz opgericht door Richard Paul Lohse en Leo Leuppi. Deze groep bestond uit moderne Zwitserse kunstenaars en was sterk beïnvloed door de Zürcher Schule der Konkreten, een stroming die voortkwam uit de ideeën van Max Bill. In 1936 beschreef hij zijn visie op Konkrete Kunst in een tentoonstellingscatalogus van het Kunsthaus Zürich.

De Allianz-groep richtte zich vooral op concrete en constructivistische kunst, maar ook kunstenaars uit andere stromingen, zoals het surrealisme en laat kubisme, deden mee aan de groepstentoonstellingen. De eerste grote tentoonstelling van concrete kunst in Zwitserland vond plaats in 1938 in de Kunsthalle Basel, en de laatste in 1954 in het Helmhaus in Zürich.

Internationale invloed

De ideeën van de Zwitserse kunstenaars bleven niet binnen de landsgrenzen. In Frankrijk ontstonden nieuwe stromingen zoals geometrische abstractieoptische kunst (opt art) en kinetische kunst. Veel van deze kunstenaars werkten samen rond de invloedrijke Galerie Denise René in Parijs, een plek waar vernieuwende kunst volop werd gestimuleerd.

Max Bill en zijn visie op concrete kunst

In de catalogus van 1936 schreef legde Max Bill uit dat concrete kunst ontstaat uit eigen beeldende middelen en regels, zonder verwijzing naar de natuur of abstracties daarvan. Met andere woorden: het gaat niet om het afbeelden van iets uit de werkelijkheid, maar om het direct zichtbaar maken van een idee met vormen en kleuren die puur uit het kunstwerk zelf voortkomen.

Volgens Bill is een echt kunstwerk meer dan een spel met vormen – het is een uitdrukking van een manier van denken en kijken naar de wereld. Hij vond dan ook dat de term onderwerploze kunst niet klopte. Elk kunstwerk heeft volgens hem een inhoud, namelijk het idee achter het werk. Dat idee kan naturalistisch, abstract of concreet zijn. Kunst zonder inhoud is volgens Bill geen kunst, maar “lege decoratie”.  Voor Bill was concrete kunst een manier om gedachten zichtbaar te maken met artistieke middelen. Het doel was om fysieke objecten te creëren die gebruikt kunnen worden door de geest – als hulpmiddel om te denken, te begrijpen en te ervaren.

Kunst en wiskunde: een visuele samenwerking

Bill zag een sterke band tussen concrete kunst en de wiskunde. Maar hij merkte ook dat wiskunde soms zo abstract werd, dat mensen het moeilijk konden begrijpen. Volgens hem had het menselijk denken dan visuele ondersteuning nodig – en die kon kunst bieden. Kunst kon dus helpen om ook wiskundige ideeën beter te doorgronden.

Uitleg, concrete kunst en wiskunde

  • Links: Een geometrisch kunstwerk geïnspireerd op Max Bill, opgebouwd uit overlappende vierkanten in verschillende kleuren. Dit beeld toont hoe ideeën visueel en direct kunnen worden weergegeven, zonder verwijzing naar de natuur.

  • Rechts: Een wiskundig diagram met symmetrie en rotatie, gebaseerd op een sinusfunctie. Dit laat zien hoe wiskundige patronen visueel kunnen worden geordend en begrepen – precies wat Bill bedoelde met kunst als ondersteuning van het denken.

De opkomst van concrete kunst in Europa

In de jaren twintig ontstond op verschillende plekken in Europa een nieuwe vorm van kunst: kunst die niet gebaseerd was op de zichtbare werkelijkheid. In plaats van herkenbare figuren of landschappen, gebruikten kunstenaars abstracte vormen en kleuren. Belangrijke stromingen in deze periode waren:

  • De Stijl in Nederland (met o.a. Mondriaan en Van Doesburg)
  • Constructivisme in Rusland
  • Bauhaus in Duitsland

Deze stromingen ontwikkelden een elementair, geometrisch beeldtaal. In plaats van iets af te beelden, werden de vormen en kleuren zélf het onderwerp van het kunstwerk.

In 1929 noemden Van Doesburg, Jean Hélion en anderen deze benadering Art Concret. Dankzij de contacten van kunstenaar Hans Arp in Parijs en Zürich kreeg concrete kunst in de jaren dertig een stevige theoretische basis, vooral in Zwitserland.


Wat is concrete kunst volgens critici en kunstenaars?

Concrete kunstenaars moesten hun werk vaak verdedigen. Een interessante uitspraak komt van de Duitse kunsthistoricus Alfred Lichtwark (Duitse kunsthistoricus, een van de grondleggers van museumeducatie en kunsteducatie):

“Man pflegt zu meinen, daß das Kunsturteil in der Anwendung von Erfahrungen und Regeln, die aus den schon vorhandenen Kunstwerken gewonnen sind, auf die werdende oder eben neu gewordene Kunst besteht. In der Tat lassen sich die allermeisten fehlerhaften Urteile darauf zurückführen, daß vom Neuen eine Wiederholung des Alten erwartet wird”. (“Veel mensen denken dat je kunst moet beoordelen op basis van regels uit bestaande kunst. Maar de meeste fouten ontstaan juist doordat men van iets nieuws verwacht dat het lijkt op iets ouds.”)

Sommige critici zagen concrete kunst als puur intuïtief. Maar de kunstenaars zelf benadrukten juist de link met moderne wetenschap, vooral met wiskunde en logica.

Lauter M. e.a. (2002). Konkrete Kunst in Europa nach 1945. Hatje Cantz Verlag.